De onderhandelingen over de nieuwe cao die al op 1 januari had moeten ingaan, verliepen op zijn zachtst gezegd moeizaam. ‘Tot nu is Lantor alleen maar met verslechteringsvoorstellen gekomen’, zegt Akdogan. ‘Uiteindelijk houden ze het bij een minimale loonsverhoging van 1%, mits we instemmen met verlaging van het ziektegeld. Oftewel, ze willen dat mensen die ziek worden daarvoor gestraft worden. Daar gaan we niet mee akkoord. Sterker nog, het is een klap in het gezicht van de medewerkers. Dit pikken ze niet.’
Gezond bedrijf
De grote actiebereidheid wordt volgens de CNV-onderhandelaar versterkt omdat Lantor een gezond bedrijf is dat juist dankzij het harde werk van de medewerkers goede winsten maakt. Akdogan: ‘Maar in plaats van deze mensen te waarderen, wil de directie dat ze er in koopkracht op achteruitgaan. Dat is onbegrijpelijk, helemaal als je bedenkt dat er steeds vaker van ze gevraagd wordt over te werken. Er zijn nu al te weinig mensen. Met een cao zoals Lantor die wil, wordt dat alleen maar erger.’
7% en ouderenregeling
Als het aan CNV ligt gaan de lonen komend cao-jaar met 7% omhoog: 4% inflatieachterstand en 3% koopkrachtontwikkeling. Bovendien wil de bond werk maken van inbedding van de tijdelijke RVU-regeling en van het invoeren van een 80-90-100-regeling. Daarmee wordt het voor oudere werknemers mogelijk om minder te gaan werken zonder veel inkomen te verliezen. Lantor voelt daar niks voor.
Geen compassie
Volgens Akdogan is het bedrijf zijn gevoel met de medewerkers verloren toen de fabriek in 2017 in handen kwam van aandeelhouders. ‘De medewerkers missen sindsdien compassie van hun directie’, zegt hij. ‘Ze hebben het idee dat ze vooral goed zijn voor de omzet, maar niet te veel mogen kosten. Daarom komen ze nu op voor zichzelf. Reken maar dat die staking er komt als we voor donderdag 3 april 12.00 uur niks positiefs van de directie horen.’
Bij Lantor BV in Veenendaal werken ongeveer 100 mensen. Het bedrijf richt zich op de ontwikkeling, productie en marketing van synthetische vliezen voor toepassing in de kabel-, composiet-, bouw-, verpakkings- en automobielindustrie.